Effectenlease verkocht van april 1991 t/m december 2003
/


A.u.b. een nieuwe 100% 'Duisenbergregeling'

April 1991: PDF: documenten: 1. Overeenkomst Legio Lease / Bank van Haften Labouchere (JP Morgan): lening en kopen aandelen + kopen putoptie op die aandelen (maar qua winstkansen gelijk aan combi geschreven putoptie + gekochte calloptie); 2. pagina verzoekschrift verbindendverklaring met aantallen verkochte overeenkomsten en totaal 'restschulden'.pdf

Hieronder - nrs. 5 en verder - kunt u nog meer verhelderende documenten / rapporten downloaden als pdf, waaronder enige rapporten van prof. dr. A.A. Derksen.


1. Aanprijzing door- / Advies verkregen van tussenpersoon zonder vergunning

Heeft u het Lease-Contract gesloten na schriftelijk of mondeling verkregen aanprijzing of advies van een tussenpersoon zonder vergunning voor aanprijzen / geven advies, terwijl bank dat wist of behoorde te weten?

100% schadevergoeding! Geen correctie wegens 'eigen schuld'


Zie: uitspraak van de Hoogste Raad van 12 oktober 2018:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:1935

En het staat gewoon in het jaarverslag 2000 van Bank Labouchere: Mondeling advies...zodat klanten een op hun financiele positie afgestemd advies kunnen krijgen.pdf

Zie ook Hoge Raad 2 september 2016 voor de aftrap van het 'rechtsherstel' effectenlease via 'neutrale' rechtsgronden:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2012


2. Insturen van inschrijfformulier met opdracht/order voor aankoop certificaten / aandelen / obligaties / opties door tussenpersoon zonder vergunning

Aan bank ingezonden Inschrijfformulier is ook een opdracht om certificaten / aandelen / obligaties / opties aan te kopen, dus ligt in inschrijfformulier een effectenorder besloten.

Inschrijfformulier met daarin effectenorder ingezonden aan de bank door een tussenpersoon zonder vergunning voor opgeven effectenorder, terwijl bank dat wist of behoorde te weten (bank had onderzoeksplicht)?

100% schadevergoeding! Geen correctie wegens 'eigen schuld'


Update 05/08/2019: uitspraak gerechtshof Den Haag van 2 juli 2019, nrs. 6.1 t/m 6.10:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:1761


6.1. [appellante] heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat Aristo met het aanleveren van de order voor [appellante] aan Dexia buiten de vrijstelling voor cliëntenremisiers is getreden en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld, bij conclusie van antwoord gewezen op de beleidsbrief van de Stichting toezicht effectenverkeer (STE) van 5 februari 2002 waarin is opgenomen:

“Zoals bekend mogen cliëntenremisiers uitsluitend klanten aanbrengen bij onder toezicht staande effecteninstellingen of beleggingsfondsen. Zij mogen geen effectenorders doorgeven of uitvoeren en geld van klanten onder zich houden.”

Bij memorie van grieven heeft [appellante], onder verwijzing naar de site van de AFM, gesteld dat het begrip order ruim moet worden uitgelegd en geciteerd:

“namelijk als elk handelen voor een cliënt door een beleggingsonderneming dat er op gericht is om een overeenkomst tot stand te brengen die strekt tot verkoop of aankoop van een of meer financiële instrumenten voor rekening van die cliënt. Een schriftelijk formulier waarop cliënt aangeeft hoeveel financiële instrumenten en/of voor welk bedrag aan financiële instrumenten hij wil aankopen hij wil aan- of verkopen (een orderformulier), valt dus ook aan te merken als een order. Voor het doorsturen van orderformulieren moet een vergunning worden aangevraagd als orderremisier.”

Onder verwijzing naar een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 4 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:313 heeft [appellante] verder gesteld dat reeds het versturen van het aanvraagformulier voldoende is om als orderremisier te worden aangemerkt. . Zij heeft voorts gesteld dat bij de administratieve routing in de - in eerste aanleg overgelegde - handleiding Effectenlease versie 1-1998 van Bank Labouchere (Dexia) expliciet is aangegeven dat de tussenpersoon zorg draagt voor het retourneren van de getekende overeenkomst en geciteerd:

“adviseur stuurt een volledig ingevuld en door hem en de cliënt ondertekend aanvraagformulier aan Bank Labouchere

(…)

Adviseur draagt zorg voor de ondertekening door de cliënt (en zijn of haar echtno(o)t(e) van de overeenkomst, na ondertekening retourneert hij één exemplaar naar Bank Labouchere.”   


6.2. Dexia heeft de onder 6.1. weergegeven beleidsvisies van de STE en de AFM niet bestreden. Dexia heeft voorts niet ontkend dat de bedoelde instructie (ook) gold voor Aristo en dat de daarin beschreven weg ook in het geval van [appellante] gevolgd is. Dexia heeft bij memorie van antwoord aangevoerd dat Aristo geen order heeft doorgegeven, omdat de overeenkomst niet tot stand kwam met het insturen van het aanvraagformulier en bovendien omdat het enkel doorsturen door de tussenpersoon van een door de cliënt ondertekend stuk niet als het geven van een order dient te worden gekwalificeerd.

6.3. Het hof overweegt dat het  begrip ‘doorgeven van een order’ door een effectenbemiddelaar  niet is beperkt tot het doorgeven van een aanbod of aanvaarding, waarbij aantekening verdient dat in het onderhavige geval ook aan zodanig, door Dexia voorgestaan vereiste is voldaan, nu immers Aristo het door [appellante]  ondertekende contract aan Dexia heeft toegezonden, waarmee volgens Dexia de overeenkomst tot stand is gekomen. De reikwijdte van het verbod en daarmee ook de betekenis van de term ‘doorgeven van een order’ is gekoppeld aan de omschrijving van de ingevolge art. 7 lid 1 Wet toezicht effectenverkeer (hierna Wte) 1995 vergunningplichtige activiteit van de effectenbemiddelaar, die in de definitiebepaling van art. 1 sub b, 1 ruim geformuleerd was als “degene die als tussenpersoon, anders dan op grond van een overeenkomst als bedoeld onder c, beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam is bij de totstandkoming van transacties in effecten”. Dit is een zo ruime omschrijving van effectenbemiddeling dat reeds het aanbrengen van cliënten of het doorgeven van orders onder dit wettelijk begrip viel. Dat het begrip ‘doorgeven van een order’ vervolgens eng zou moeten worden geïnterpreteerd, vindt hierin geen steun. Daarbij is mede van belang dat een van de twee doelstellingen van de Wte (1995) is de bescherming van de beleggers op de effectenmarkten.

De ruime duiding van het begrip order en van het begrip doorgeven van een order vindt bevestiging in de considerans bij de aan de Wte (1995) ten grondslag liggende Richtlijn 93/22/EEG, waarin is opgemerkt dat het ontvangen en doorgeven van orders ook behelst het met elkander in contact brengen van twee of meer beleggers waardoor tussen dezen een transactie tot stand kan komen.

Het voorgaande betekent dat het namens en voor rekening van een cliënt door de tussenpersoon insturen van een aanvraagformulier als het onderhavige is aan te merken als het doorgeven van een order.

6.4. Niet is betwist dat het doorgeven van orders een in beginsel vergunningplichtige activiteit was van de effectenbemiddelaar op grond van art. 7 lid 1 Wte (1995). Met de kantonrechter stelt het hof stelt vast (en hier is ook geen grief tegen gericht) dat de NR 1999 na het sluiten van de leaseovereenkomst in werking is getreden en daarom niet van toepassing is. Wel van toepassing is de Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1995 (NR 1995). In art. 25 van NR 1995 is bepaald dat een effecteninstelling zich ten aanzien van een (rechts)persoon die niet was ingeschreven in het in art. 21 Wte (1995) bedoelde register, moest onthouden van een aantal rechtshandelingen, zoals opgesomd in art. 25 NR 1995. Daarbij is expliciet vermeld het aanbrengen van cliënten of effectenorders voor rekening van cliënten bij deze instelling. Zoals in de Toelichting op de NR 1995 ten aanzien van het voorschrift van art. 25 is vermeld behelst deze bepaling een verbod voor effecteninstellingen om zakelijke en financiële relaties te hebben met natuurlijke of rechtspersonen die niet over de ingevolge de Wte (1995) vereiste vergunning of vrijstelling (dan wel over het vereiste Europees Paspoort) beschikken.

Op grond van art. 13 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 heeft een beperkte vrijstelling gegolden voor orderremisiers. Deze regeling is in de Regeling wijziging Vrijstelling Wet toezicht effectenverkeer 1995 met ingang van 19 juni 2003 komen te vervallen. In de toelichting is als reden voor het vervallen van deze bepaling vermeld dat met het vervallen op 1 juli 1998 van artikel 9 van de wet deze vrijstelling tot een dode letter is geworden (Regeling wijziging Vrijstelling Wet toezicht effectenverkeer 1995, Stcrt. 17 juni 2003, nr. 113, p. 10). Reeds om deze reden kunnen aan deze vrijstelling geen rechten worden ontleend. Overigens heeft Dexia ook geen beroep gedaan op de toepasselijkheid van deze vrijstelling.

6.5. Dexia heeft bij nadere akte van 6 maart 2018 ook nog als verweer gevoerd dat van schending van art. 41 NR 1999 (het hof begrijpt: art. 25 NR 1995) geen sprake kan zijn omdat Aristo was ingeschreven in het register zoals bedoeld in art. 21 Wte 1995. Zij heeft ter onderbouwing van dit verweer als productie A een uittreksel uit dit register overgelegd. Dexia voegt hieraan toe dat volgens die bepaling een register werd bijgehouden waarin zowel vergunninghoudende als vrijgestelde effecteninstellingen waren opgenomen. Van een schending van art. 41 NR 1999 (het hof begrijpt ook hier: art. 25 NR 1995) zou dus alleen sprake kunnen zijn indien de tussenpersoon die bij de totstandkoming van de overeenkomst met [appellante] betrokken is geweest destijds niet was opgenomen in het register. Op haar rustte geen verplichting om te controleren of het een inschrijving op grond van een vrijstelling of op grond van een vergunning betrof.

Ook dit verweer faalt. Niet in geschil is dat Aristo was ingeschreven als vrijgestelde bemiddelaar (cliëntenremisier). Uit het arrest van de Hoge Raad van 2 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2012, r.o. 4.6.1. – 4.6.4.) volgt dat niet de technische inschrijving in het register bepalend is, maar de vraag of de desbetreffende cliëntenremisier terecht in het register was opgenomen (en dat was bij de inschrijving van Aristo alleen het geval als zij geen orders doorgaf). Dexia moet als professionele effecteninstelling (geacht worden te) weten dat een cliëntenremisier die tevens orders plaatst de vrijstelling van art. 12 Vrijstellingsregeling overschrijdt. Daarom lag het op haar weg, toen Aristo orders bij haar plaatste en daarmee optrad als orderremisier, zich er van te vergewissen dat Aristo daadwerkelijk over de daartoe benodigde vergunning beschikte, los van de omstandigheid dat zij in het register was opgenomen.

6.6. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord welke gevolgen voor Dexia zijn verbonden aan het feit dat zij een order heeft aanvaard van een tussenpersoon die niet beschikte over de daartoe vereiste vergunning. In de conclusie van antwoord plaatst [appellante] het handelen als orderremisier in de sleutel van de eigen schuld. Het gaat hier om een onrechtmatige daad (het in strijd handelen met art. 25 NR 1995 dat de effecteninstelling (d.i. Dexia) verplichtte om zich met betrekking tot een (rechts-)persoon die geen vergunning heeft te onthouden van onder meer het accepteren van door deze instelling aangebrachte cliëntenorders). [appellante] heeft in haar conclusie van antwoord onder 127 dat Dexia had moeten voorkomen dat [appellante] zo lichtvaardig had kunnen handelen en dat van eigen schuld geen sprake is. Het hof begrijpt hieruit dat de gevolgen die [appellante] aan de onrechtmatige daad op dit punt wil verbinden zijn het geheel wegvallen van haar eigen schuld.

6.7. In zijn arrest van 12 oktober 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1935) heeft de Hoge Raad overwogen: "Een afnemer die door een tussenpersoon die niet over een vergunning beschikt, is geadviseerd om een effectenleaseovereenkomst aan te gaan met Dexia, bevindt zich in een wezenlijk andere positie dan een afnemer die zonder een zodanig advies een leaseovereenkomst met Dexia is aangegaan. (…) Die afnemer mag in dat geval immers, kort gezegd, afgaan op zijn adviseur. (…) De kern van het arrest (B)/Dexia betreft echter niet de hiervoor (…) bedoelde positie van de afnemer, maar de omstandigheid dat art. 41 NR 1999 Dexia verbood om een leaseovereenkomst met een afnemer aan te gaan indien zij wist of behoorde te weten dat de daarbij optredende tussenpersoon, zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning, tevens als financieel adviseur is opgetreden. In zo’n geval staat niet voorop dat Dexia ten aanzien van de hier bedoelde afnemer tekort schoot in haar (…) zorgplicht, maar dat zij contracteerde in weerwil van een wettelijk verbod dat juist ertoe strekt om de afnemer te beschermen tegen het aangaan van een beleggingsovereenkomst na advies door een adviseur zonder de benodigde vergunning. Het is deze laatste omstandigheid – het contracteren in weerwil van dit verbod – die Dexia bij de toepassing van art. 6:101 BW zwaar moet worden aangerekend. Bij effectenleaseovereenkomsten die tot stand zijn gekomen op een wijze als hier aan de orde, is de inhoud van het advies niet meer van belang, evenmin als een eventueel eigen inzicht van de afnemer in het aan te schaffen product. Dexia had de afnemer immers hoe dan ook moeten weigeren.”

De kern van het arrest is dat het Dexia bij de toepassing van art. 6:101 BW wordt aangerekend dat zij contracteerde in weerwil van een wettelijk verbod.

6.8. Door orders aan te nemen van een tussenpersoon die geen vergunning heeft, handelt Dexia in strijd met het wettelijk verbod neergelegd in art. 25 NR 1999, dat er toe strekt de afnemer te beschermen tegen het plaatsen van een order door een tussenpersoon zonder vergunning. De consequentie daarvan is, gezien de in 6.7. weergegeven uitspraak dat dit contracteren in weerwil van het verbod Dexia bij de toepassing van art. 6:101 BW zo zwaar moet worden aangerekend dat de eigen schuld van [appellante] geheel wegvalt. Immers, als Dexia zich aan het wettelijk verbod had gehouden, zou de overeenkomst niet tot stand zijn gekomen en zou [appellante] geen schade hebben geleden.

6.9. Het voorgaande betekent dat grief 2 slaagt. Ten onrechte heeft Dexia aan [appellante] niet haar volledige schade vergoed.

6.10. Nu grief 2 slaagt, behoeven de grieven 1 en 4, die ertoe strekken de eigen schuld van [appellante] te elimineren dan wel een extra onrechtmatige daad of tekortkoming bij Dexia vast te stellen, geen bespreking meer. Evenmin is nog relevant het verweer dat [appellante] op de risico’s zou zijn gewezen.


Uitspraak gerechtshof Den Haag van 19 februari 2019, nrs. 6.1 t/m 6.10:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019

Hof Den Haag 7 augustus 2018:

 8.3 (...) Deze ruime duiding van het begrip order en van het begrip doorgeven van een order vindt bevestiging in de considerans bij de aan de Wte (1995) ten grondslag liggende Richtlijn 93/22/EEG, waarin is opgemerkt dat het ontvangen en doorgeven van orders ook behelst het met elkander in contact brengen van twee of meer beleggers waardoor tussen dezen een transactie tot stand kan komen. Het namens en voor rekening van een cliënt door de tussenpersoon insturen van een aanvraagformulier als het onderhavige  is zonder twijfel aan te merken als het doorgeven van een order. Met het insturen van het aanvraagformulier voor [appellante] verrichte PMA Consultancy niet slechts een handeling waarmee zij werkzaam was bij de totstandkoming van een effectentransactie als waarop de vergunningplicht van art. 7 lid 1 juncto art. 1 sub b, 1 Wte ziet, deze handeling was bovendien bij uitstek op de totstandkoming van een effectentransactie gericht.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:1864 


3. Bewezen dat Bank Labouchere / Dexia destijds een bedrijfsmodel heeft ontwikkeld rondom persoonlijke advisering gericht op verkoop van effectenleaseproducten.

Hof Den Bosch 16 juli 2019:

23.14.Het hof acht de door [geïntimeerde] genoemde punten, in onderling verband en samenhang bezien, toereikend voor het bewijs van de wetenschap van Dexia over de advisering door Spaar Select. [geïntimeerde] is dus ook geslaagd in het tweede deel van zijn bewijsopdracht. [geïntimeerde] heeft bewezen dat Dexia destijds een bedrijfsmodel heeft ontwikkeld rondom persoonlijke advisering gericht op verkoop van effectenleaseproducten. Dexia heeft dit bedrijfsmodel ook in het onderhavige geval gehanteerd. Het hof acht de standpunten van Dexia, die hierna aan de orde komen, onvoldoende voor een ander oordeel.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:2531


4. Tweede en volgende overeenkomsten na eenmalig advies tussenpersoon

Rechtbank Limburg 3 april 2019:

4.18 (...) Het had daarom, in het kader van haar verplichtingen ingevolge artikel 41 NR 1999, op de weg van Dexia gelegen om bij de totstandkoming van leaseovereenkomsten, zoals in dit geval de overeenkomsten met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , navraag te doen bij Spaar Select of de desbetreffende klant de overeenkomsten is aangegaan op advies van Spaar Select, teneinde te kunnen beoordelen of zij de overeenkomsten met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] kon en mocht aangaan. Dat Dexia in deze zaak enig hierop gericht onderzoek heeft verricht is gesteld noch gebleken. De gevolgen van dit nalaten kunnen Dexia worden toegerekend. Zij had derhalve behoren te weten dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] door Spaar Select tevens is geadviseerd. Dexia heeft de stellingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op dit punt (de ongevraagde telefonische benadering, de daaropvolgende huisbezoeken van de medewerker(s) van Spaar Select, met betrekking tot de overeenkomst van 1999 het opstellen van een persoonlijk financieel plan en vervolgens het sluiten van de overeenkomsten) niet althans onvoldoende concreet weersproken. Evenmin en in samenhang met haar niet gemotiveerde betwisting van de stellingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft Dexia de feitelijke juistheid van het in 4.17. bedoelde schriftelijk bewijs (voldoende gemotiveerd) bestreden. Een beargumenteerde bestrijding van de inhoud van die stukken heeft Dexia met haar verweer niet gegeven. In dat licht kan aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] niet met succes worden tegengeworpen dat er voorafgaand aan het sluiten van de tweede overeenkomst in 2000 niet opnieuw een schriftelijk advies is opgesteld door Spaar Select.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:3154



5. Achter de schermen van de aandelenlease, inclusief de sterfhuiscontructies: Synthetisch 'kopen' van aandelen: Huren aandelen + combinatie geschreven put-optie (ontvangst optiepremie) met gekochte call-optie (betalen optiepremie)

Een relatief zeer goedkope belegging in 1. huren van aandelen, samen met 2. aanschaf van combinaties van geschreven put-opties en gekochte call-opties tot aankoop / verkoop van aandelen / obligaties, verkopen als de veel duurdere belegging in aankoop met lening van aandelen en obligaties.


U moet het zien om te begrijpen, maar bij deze synthetische wijze van uitvoeren is de papieren 'lening' volledig fictief en wordt helemaal niet gebruikt, want er worden geen koopsommen betaald voor aandelen en obligaties, ze worden enkel gehuurd.

Tot op de dag van vandaag worden door de banken en door partijen (o.a. trusts met JP Morgan c.s. als UBO's) die in pakketjes gebundelde schulden hebben opgekocht van de banken, via rechtszaken bedrieglijk verzonnen 'restschulden' op bedrieglijk verzonnen 'leningen' ge-incasseerd bij argeloze burgers. In extreme gevallen worden bedragen tot wel rond de EURO 90.000 binnengehaald, bestaande uit een hoofdsom vermeerderd met wettelijke rente over een jaar of 10-15.

Daarbij betrokken daders dienen te weten dat........


Inleiding:

Vereniging Consument & Geldzaken:

'Ingeleende aandelen, in combinatie met het hedgen van koersstijgingen van die aandelen met opties levert een zelfde resultaat, maar maakt  kredietverlening geheel of grotendeels overbodig'.pdf

en

'Er zijn immers geen aandelen aangekocht, dan kunnen die aandelen ook niet met verlies zijn verkocht. Dat ook geen restschuld die ge-ind kan worden'..pdf


Je kunt als bank goederenrechtelijk niet meer rechten overdragen aan consumenten dan je zelf hebt.

Als je als bank aandelen enkel hebt gehuurd en niet gekocht, dan kun je de juridische noch de economische eigendom overdragen aan derden. Het gesloten Nederlandse goederenrechtelijke systeem staat daaraan in de weg.

Zie, lees en doorgrond op dit punt de tekst van artikel 3:84 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.


CFD's? Nee!

De effectenleaseovereenkomsten waren en zijn geen CFD's.

Een contract for difference (CFD) is een contract tussen twee partijen, meestal omschreven als de "koper" en de "verkoper", waar de verkoper het verschil (difference) betaalt tussen de waarde van een onderliggende product bij aankoop en bij verkoop. Wanneer dit verschil negatief is betaalt de koper aan de verkoper.

De Bank nam de verplichting op zich om onmiddellijk na ontvangst van inschrijfformulier aandelen aan te kopen aan de Amsterdamse beurs met de door de bank aan de consument te verstrekken lening.

Blijkens de inhoud van alle aandelenlease-contracten, waren volgens Bank Labouchere / Dexia Bank de aandelen al aan de beurs aangekocht op het moment dat de bank de overeenkomst naar de consument toezond; naam van de beurs, aankoopdatum en aantal en aankoopprijs van de aandelen zijn vermeld in de overeenkomsten.

In de reclamefolders, in de inschrijfformulieren, in de contracten met alle aandelen-lease-klanten, en in de brieven die werden gestuurd naar die klanten, werd door Bank Labouchere en Dexia Bank gezegd en beloofd, dat onmiddellijk met de 'lening' aan de Amsterdamse beurs aandelen zouden worden gekocht, en dat de aandelen ook daadwerkelijk onmiddellijk zijn gekocht met noemen in de aandelen-lease-contracten van aankoopdatum en aankoopprijs.

Maar als de bank de aandelen enkel heeft gehuurd en niet gekocht, dan is dat toch bedrog ?

En van gehuurde aandelen kun je de economische noch juridische eigendom overdragen.

31 december 2023!


Relevante documenten:

 

Prof. dr. A.A. DERKSEN RAPPORT: Dexia: kopen of lenen ? 2018.pdf

APPENDIX I - Derksen rapport: Ingeleende / gehuurde waardepapieren / aandelen 2018.pdf

APPENDIX II - Derksen rapport: Huurverplichtingen aandelen 2018.pdf 


Extract jaarrekeningen (Bank) Labouchere / Dexia Bank: HEDGE aandelenlease: gehuurde aandelen en (combinaties van) opties op aandelen.pdf 

AFM-rapport 9 november 2006: Aankoop van de Verworven, geleverde en bijgeschreven aandelen niet vastgesteld, Vraag IN-lenen (=huren) van die Verworven, geleverde en bijgeschreven aandelen niet beantwoord.pdf

Aangekocht is dus toch gehuurd.pdf

Ja, enkel gehuurd die aandelen, niet gekocht: AFM 2006 kijkt wonderlijk genoeg niet goed en laat zich met (door politieke achterkamertjes gedreven) institutionele blinde vlek kansopzettelijk praatjes op de stichtelijke mauw spelden.pdf

Aankopen, leveren, verkrijgen / verkregen, en verwerven / verworven aandelen; arglistig geformuleerde misleidende Woordspelletjes i.v.m. met goederenrechtelijke overdracht van aandelen (van de hand van advocaat mr Jacob Cornegoor)..pdf

Termijn-constructies? Opties!..pdf

Advocaat Jacob C. zegt het toch echt: 'onderhandse (otc) termijntransacties' .pdf

DERIVATENOVERZICHT: (Bank) Labouchere en Dexia Bank NL Jaarverslagen / Jaarrekeningen Derivaten waaronder jaren 1998 t/m 2001 (verkoop WV3D/Triple Effect begint in februari 1998) heel veel opties en t/m 2001 GEEN termijncontracten .pdf

'Automatic lending system aandelen' van de bank al in 1992 .pdf

Jaaroverzicht van WV3D 1998: Waarde CALL-optie .pdf

Portefeuilles / tranches synthetische aandelenlease: Inschrijving sluit bij 250 miljoen.pdf

Ingelegde QE vermogen portefeuille effectenlease ultimo 2001 EUR 4,1miljard.pdf

Joseph Bonifacius Maria S.pdf


Historische context:

1930: Labouchere & Co. N.V. (oud, kvk 33009641), vanaf 1967 genaamd Bank Morgan Labouchere N.V., later genaamd Bank Van Haften Labouchere N.V., later genaamd Bank Labouchere N.V. ( opgericht bij akte van 09/12/1930, waarvan Labouchere N.V. (kvk 33223566) sinds 15/04/1992 enig aandeelhouder.

1974: Labouchere & CO N.V. (nieuw, kvk 33140070) opgericht bij akte van 01/08/1974, waarvan Labouchere N.V. (kvk 33223566) sinds 03/06/1993 enig aandeelhouder.

1987: Kempen & CO N.V. (oud kvk 33194626, nieuw 34186722 ) opgericht bij akte van 19/06/1987, sinds 22/01/2001 genaamd Dexia Bank Nederland N.V., waarvan sinds 11/04/2003 Dexia Nederland B.V. (kvk 34189083) enig aandeelhouder, bij akte van 28/05/2010 verdwijnend gefuseerd met verkrijger Dexia Nederland B.V. (kvk 34189083).

1990: Labouchere N.V. (kvk 33223566) opgericht bij akte van 11/10/1990, waarvan ASSUMIJ BEHEER B.V. (kvk 27097930), sinds 13/09/1990, VITRUM BELEGGINGS-MAATSCHAPPIJ B.V. (kvk 27112741) sinds 02/01/1998, AEGON Digital Investments Holding B.V. (kvk 27091974), AEGON Labop N.V. (kvk 33183142) van 02/09/1999 t/m 03/08/2000, en Dexia Bank Nederland N.V. (kvk 33194626) sinds 13/11/2001 enig aandeelhouder. Merk op: van 03/08/2000 t/m 13/11/2001 meerdere aandeelhouders.

2003: Dexia Nederland N.V. (kvk 34189083) opgericht bij akte van 10/04/2003, rechtsvorm op 29/05/2010 gewijzigd van N.V. naar B.V., waarvan sinds 14/06/2005 Dexia S.A. (kvk Kruispuntbank van Ondernemingen Brussel, België nummer 0458.548.296) bezoekadres 5, Place du Champs de Mars, Bastion Tower, 8th Floor, 1210 Brussel, België) enig aandeelhouder.


De Rol van JP Morgan:

 

JP Morgan Nederland N.V. KvK 33127327 (Vondel B.V.) in 1989 en 1998 t/m 2001 geconsolideerd in jaarrekening van Bank Labouchere NV KvK 33009641.pdf

https://www.jpmorgan.ru/country/RU/en/jpmorgan/emea/local/benelux/history/timeline


1967: Morgan Guaranty International Finance Corp. acquires a 50% stake in Labouchere & Co. N.V., and the bank is renamed Bank Morgan Labouchere."

1983: J.P. Morgan establishes two subsidiaries in Curacao, Netherlands Antilles: J.P. Morgan International Finance N.V. and J.P. Morgan International Capital N.V.

1984: Morgan buys the remaining 50% interest in Bank Morgan Labouchere.

1990: J.P. Morgan is appointed by the Belgian Ministry of Finance as a primary dealer in Belgian government securities.

1991: J.P. Morgan Nederland N.V. is founded in Amsterdam.


JP Morgan is sinds 1967 50% eigenaar en sinds 1984 100% eigenaar van Bank Labouchere.

Op 15 mei 1991 wordt de naam van de op 27 juli 1965 gevestigde N.V. met KvK-nr 33127327 gewijzigd in JP Morgan Nederland N.V., waarvan sinds 30 september 1990 J.P. Morgan Overseas Capital Corporation enig aandeelhouder is, en Bank Labouchere N.V. van 29 april 1970 t/m 4 oktober 1990 Directeur/bestuurder is geweest.


Morgan Stanley Investment Management (Ireland) Limited (Amsterdam Branch)

Varde Investment (Ireland) Limited

In the Commercial Register of the Curaçao Chamber of Commerce & Industry is registered under number 106225: Asset Refinance Company B.V.


De eerste overeenkomst effectenlease wordt verkocht in april 1991, maar bedenk: kopen aandeel + putoptie (heel duur; lening nodig) = huren aandeel + combi geschreven put-optie met ontvangst premie! / gekochte CALL-optie met betalen premie (zeer goedkoop; kosten neutraal door ontvangst premie op geschreven put; geen lening nodig).pdf


Door wie-oh-wie zal toch de 'derivaten i.p.v. echte aandelen en obligaties-zwendel' in de oren van Aegon (NL) en Dexia en Fortis (B) zijn gefluisterd ?

Door (politieke) 'wie' zal toch deze miljardenzwendel zijn getolereerd en/of onder de pet zijn gehouden, en wie hebben daarbij geholpen of van geprofiteerd?


KvK kerstbomen met fusies en splitsingen (krenten uit de pap wegvoeren, lijken in de kast laten, certificaten-'leningen' na splitsing wegmoffelen in andere rechtspersoon en daarmee afvoeren van de bankbalans, of simpelweg balansfraude op de bankbalans))


Werk in uitvoering: samenweven van verdichtsels door de topcriminelen binnen de advocatuur, met guerrilla accounting door de topcriminelen binnen 'de grote drie/vier'.

1992: F.G.H. Kredietbank N.V. (kvk 30098221) wordt de werkmaatschappij, na naamswijziging genaamd Labouchere N.V., met als dochters Bank Van Haften Labouchere N.V. (kvk 33009641) en Wallich & Matthes B.V. (kvk 33131789), met nieuwe emissie van aandelen Labouchere N.V. waarbij de storting op die nieuwe aandelen Labouchere N.V. is gedaan met de inbreng van de aandelen van Bank van Haften Labouchere N.V. (kvk 33009641) en van Erener B.V. (kvk 33239648).

Erener B.V.? Was Erener B.V. dan niet grootaandeelhouder van Classics Investment N.V.? En was Classics Investment N.V. dan niet grootaandeelhouder van Legio Lease B.V.?

1999: Labouchere & CO N.V. (kvk 33140070) en Classics Investment N.V. (kvk 28051569) verdwijnend gefuseerd met VERKRIJGER Bank Labouchere N.V. (kvk 33009641)

Kempen & CO N.V. (oud kvk 33194626) wordt door naamswijziging Dexia Bank Nederland N.V., met meerdere fusies met...…………………. en later weer splitsingen, met als eindresultaat thans het 'sterfhuis' Dexia Nederland B.V..

Sterfhuis voor enige extreme criminele streken bedacht en uitgevoerd door de financ....

In de periode 18 t/m 21 december 2001 vinden bij Labouchere N.V. en bij Bank Labouchere N.V. enige splitsingen en fusies plaats, waarbij flink wordt geschoven met rechten en verplichtingen (en saldi van balansen).

De eerste is de afsplitsing van enige 'posten' van Labouchere N.V. naar Labouchere / Dexia Certificaten (Nederland) B.V. (kvk 34166601), afvoeren van de 'fop'-leningen, waarover hieronder meer.

-(werk in uitvoering)


6. Certificatenlease en QE

Certificaten als perpetuum money-multiplier

Geldstromen zoals het zou moeten gaan: Labouchere N.V. --> geldlening --> Bank Labouchere N.V. --> geldlening --> Consument --> storting op Certificaat --> Labouchere N.V. --> aanschaf effecten: Indexoptie + vastrentende waarden / obligaties.

Geldstromen daadwerkelijk: Labouchere N.V. -- Ronde 1 --> geldlening --> Bank Labouchere N.V. --> geldlening --> Consument --> storting op Certificaat --> Labouchere N.V. -- Ronde 2 --> geldlening --> Bank Labouchere N.V. --> geldlening --> Consument --> storting op Certificaat --> Labouchere N.V. -- Ronde 3 --> geldlening --> Bank Labouchere N.V. --> geldlening --> Consument --> storting op Certificaat --> Labouchere N.V. -- Ronde 4 --> geldlening --> Bank Labouchere N.V. etc etc etc.; per Ronde 3 a 8% van iedere storting toevoegen aan eigen vermogen Labouchere, en als daarnaast nog extra eigen vermogen (ontvangen rentebetalingen van dochter) wordt bijgestort, eindeloos meer rondjes (met uiteraard de grens van eindige hoeveelheid consumenten).

Dat extra/nieuwe eigen vermogen komt als vanzelf binnen in deze perpetuum-QE-machine: de van de consumenten ontvangen 'rente'-betalingen op de papieren 'leningen', terwijl de dochter de moeder ook rente betaalt op de door de moeder aan de dochter verstrekte leningen. De moeder voegt die van de dochter ontvangen rente, na aftrek van wat verwaarloosbare kosten, als winst bijna netto toe aan het eigen vermogen; meer eigen vermogen, meer ruimte voor meer rondjes voor nog meer certificaten tot in het oneindige.

In plaats van echt aankopen vastrentende waarden / obligaties met grootste deel van de lening, schrijven / verkopen moeder en/of dochter PUT-opties op aan te schaffen vastrentende waarden / obligaties, en ontvangen van de koper van die PUT-opties een optiepremie, met welke ontvangen optiepremie de te betalen optiepremie wordt betaald van de door moeder en/of dochter aangekochte Index - CALL-opties.

De papieren 'lening' wordt dus niet gebruikt.

Certificaten nader beschouwd

Moederbedrijf geeft als beleggingsproduct Certificaat met Prospectus uit. De Certificaten geven de koper daarvan een vordering in geld op de uitgevende instelling waarvan de hoogte wordt bepaald door de waardeontwikkeling van door de bank voor eigen rekening en risico aan te kopen effecten, en geven geen recht op goederenrechtelijk leveren van die effecten. Moederbedrijf is en blijft eigenaar van die effecten.

In het Prospectus is vermeld dat moederbedrijf als uitgevende instelling van het Certificaat, om aan de beleggingsverplichtingen jegens kopers van het Certificaat te kunnen voldoen, voor eigen rekening en risico zal beleggen door aankoop / aanschaf van effecten genoemd in het Prospectus, zoals derivaten (= swaps, futures / forwards en OPTIES) en vastrentende waarden / obligaties. Omdat moederbedrijf voor eigen rekening en risico effecten koopt, dienen deze effecten in ieder geval te verschijnen in de Vennootschappelijke jaarverslagen van het moederbedrijf. Staan de in het Prospectus aangekondigde opties en/of obligaties niet in de Vennootschappelijke jaarrekening van de moeder, dan zijn ze niet door moeder aangekocht / aangeschaft.

Zo goed als alle Certificaten zijn verkocht aan consumenten, tegelijk met een dure rentedragende lening. Meeste Certificaten zullen blijkens de informatie in het Prospectus beleggen in combinatie van Index-call-opties en vastrente waarden / obligaties.

Zodra de per jaar op de lening te betalen rente hoger is dan de per jaar op de vastrentende waarden / obligaties te ontvangen rente, zijn de vastrentende waarden / obligaties overbodig en behoeven helemaal niet te worden aangeschaft. Vanaf 1 januari 2001 was betaalde rente op consumptieve leningen niet langer aftrekbaar van de inkomstenbelasting, terwijl sowieso betaalde rente eerst moest worden gesaldeerd met ontvangen rente, alvorens fiscaal voordeel werd behaald.

Ondanks de niet mis te verstane mededeling in het Prospectus dat met het op het Certificaat gestorte geld - de papieren 'lening' - vastrentende waarden / obligaties zullen worden aangeschaft, worden met voorbedachte rade de vastrentende waarden / obligaties niet aangekocht met dat gestorte - geleende - geld, zodat in ieder geval zo'n 95% a 97% van de papieren 'lening' niet wordt gebruikt. Maar ook het restant van 3% a 5% van de papieren 'lening' - de storting op het Certificaat - wordt in het geheel niet gebruikt voor de aankoop van de beloofde Index-call-opties. De door de bank te betalen premie voor de aan te kopen Index-call-opties wordt met ander geld betaald; geld dat even daarvoor wordt ontvangen van de koper van een PUT-optie op vastrentende waarden / obligaties, die door de moeder werd verkocht / geschreven. In jargon heeft verkopen van een optie: 'schrijven van een optie'.

Moeder/dochter volstaat met schrijven / verkopen van een PUT-optie op de beloofde vastrentende waarden / obligaties. In het ergste geval, namelijk indien de koper van de door het moeder/dochter verkochte/geschreven PUT-optie de optie uitoefent, moet moeder/dochter de vastrentende waarden / obligaties alsnog kopen van de tegenpartij voor de vooraf vastgestelde prijs. Zolang dus de put-optie niet wordt uitgeoefend door de koper van de PUT-optie, geen aankoop van vastrentende waarden / obligaties, en dus geen geld / koopsom betalen, dus op Certificaat gestort geld niet gebruikt. Moeder/dochter schrijft / verkoopt PUT-optie binnen concernverband / aan bevriende Investment Bank als tegenpartij, en weet zich daarmee verzekerd van niet-uitoefenen van geschreven PUT-optie door koper van die PUT-optie.

Voor het schrijven / verkopen van de PUT-optie ontvangt moeder/dochter een optiepremie van de koper van de geschreven / verkochte PUT-optie. Met die ontvangen premie op de PUT-optie, koopt moeder/dochter vervolgens een Index-CALL-optie.

Het op het Certificaat gestorte geld wordt dus feitelijk niet gebruikt.

Waarom is dat geld dan uberhaupt op het Certificaat gestort, en waarom is dat geld uberhaupt uitgeleend aan consumenten?

Antwoord: rentemarge !

Moederbedrijf geeft tweede Certificaat met Prospectus uit, en moederbedrijf leent het door het dochterbedrijf op het eerste Certificaat gestorte geld voor tweede maal uit aan dochterbedrijf.

Dochterbedrijf 'verkoopt' tweede Certificaat aan consument en verstrekt lening, en stort bedrag van die lening ook weer op Certificaat, feitelijk voor tweede maal door storten op bankrekening op naam van de moeder.

Herhaal dit trucje zo lang je het volhoudt.... 3 a 8% per rondje toevoegen aan eigen vermogen. Als dan van buiten de cirkel nog extra 'eigen vermogen' wordt bijgestort, kan het trucje eindeloos groeien. Maar het is valsmunterij, met enorme maatschappelijke schade.

Deelnemers Certificatenlease o.a.:

Moeder Labouchere N.V. en dochter Bank Labouchere N.V.

Moeder Fortis Bank Nederland (Holding) N.V. en (via via) dochter Groeivermogen N.V.

Moeder Aegon Bank N.V. en 'dochter' de bewaarder / beheerder van beleggingsfonds Spaarbeleg / Aegon Garantiefonds.


Relevante documenten Certificaten 12/1997 t/m 09/2002 Spaarbeleg / Aegon Garantiefonds:

Zo werkt een Garantie c.q. Klikfonds.pdf

Aegon rapport dr. Braam RA 29 maart 2012.pdf

Prof. dr. A.A. DERKSEN Rapport: Twee scenario’s over het beleggingsbeleid van AEGON
GarantieFonds: het alleen-opties-scenario versus het ook-obligaties-scenario 20 maart 2018.pdf

Aanbod aan Sprintplan - consumenten volgens Prospectus en Financiele Bijsluiter: beleggen in Certificaten uitgegeven door het Spaarbeleg / Aegon Garantiefonds met onderliggende beleggingen in 1. Indexopties en 2. Nul coupon obligaties.pdf

Pag 6 van de pdf, pag 2 van de Financiele Bijsluiter: 'Het fonds is zo gestructureerd dat op de einddatum de vastrentende waarden zorgen voor een garantie van de inleg.'

Zo had het eruit moeten zien: Aegon Garantie Click 90 Fonds met verhoudingen der beleggingen: 97,5 % vastrentende waarden / obligaties / onderhandseleningen voor de garantie, en 2,5% Index call opties voor de koerswinst op de index.pdf

Zo zag het er daadwerkelijk uit: Jaarverslagen met jaarrekeningen Spaarbeleg / Aegon Garantiefonds noemen enkel Indexopties; Waar zijn de obligaties?.pdf

PDF pagina 7: Aha, de 'garantie' Sprintplan Aegon Garantiefonds is een geschreven putoptie op obligaties, als 'afgesplitste beleggingsproducten' verborgen in de Aegon Bank jaarverslagen 2005-2008.pdf

Aegon Bank extract jaarverslagen 1998-2001.pdf

Aegon Bank extract jaarverslagen 2002-2004.pdf

Aegon Bank extract jaarverslagen 2009-2010.pdf


Fortis Bank Nederland (Holding) prospectussen certificaten: opties en (geen) vastrentende waarden en vreemde jaarrekeningen; balansfraude? .pdf


7. A.u.b. een fatsoenlijke oplossing voor dit maatschappelijk probleem

Valsmunterij met een bankvergunning: Fractional Reserve Lending: Modern_Money_Mechanics.pdf

De rentemarge is de buit van de banken.

Ongeveer 23 miljard rente per jaar ontvangen uit de zakken van alle burgers en bedrijven op ongeveer 700 miljard aan uitstaande leningen, waarvan 97% bestaat uit geld dat helemaal niet bestaat en simpelweg elektronisch is bijgedrukt door toe te voegen aan het totaal aan giraal geld dat enkel in computersystemen bestaat. Als je het niet hoeft te drukken op papier, maar via een elektronisch systeem kan bijdrukken door het aantal 'muntjes' simpelweg te verhogen, wordt het roven wel erg makkelijk.

Met geld dat niet bestaat (Fractional Reserve Lending en Certificaten-trucje), een dure lening verstrekken die niet wordt gebruikt, om aandelen en obligaties niet aan te kopen, om vervolgens een put-optie op de aandelen en obligaties te schrijven met ontvangst optiepremie, om met die ontvangen optiepremie een call-optie op dezelfde aandelen en enkel indexopties te kopen, met IN-lenen / huren van de aandelen, zonder met de papieren leningen betalen van koopsommen.

Maar in je reclame, in je inschrijfformulieren, in je contracten met je klanten en in de brieven die je stuurt naar je klanten, zeggen en beloven, dat je onmiddellijk met de 'lening' aan de Amsterdamse beurs aandelen zult kopen, en ook daadwerkelijk onmiddellijk hebt gekocht met noemen in contracten van aankoopdatum en aankoopprijs.

En dan achter de schermen de aandelen huren en niet kopen.

Huren is geen kopen, want er wordt geen koopsom betaald.

Als geen koopsom is betaald, is de lening niet gebruikt.

Als de lening niet is gebruikt, kan daarop geen restschuld bestaan.


Van een Pietje Bell Bank, een miljardenbedrog en staatsdoofpotten.pdf

Profiteren van fraude is een rechtsdelict en op die schaal zeer ernstig strafwaardig onrecht.pdf

Rechtsherstel het uitgangspunt.

 

 




 
web counter
web counter